Boek
Fotoserie

Waar wil je me hebben?(2025)

Acht jaar lang maakte Jan Dirk van der Burg de rubriek Heerlijk Genieten in Volkskrant Magazine. ‘Waar wil je mij hebben’ is de optelsom van 160 fantastische karakters uit de allermooiste afleveringen. De hoofdrolspelers versterken elkaar in verhalen vol passie, zingeving en zelfrelativering. Een serie waar je zélf zin in het leven van krijgt.

Jacques Zuiderwijk (61), Leerdam – 2019

Jacques is docent Nederlands, bestuurslid van de Stichting voor Smurfenverzamelaars en vandaag – op de grootste smurfenbeurs van Nederland – ook Knuffelsmurf. ‘Vorig jaar hadden we acteur Paul van Gorcum, die de stem is van Gargamel (“Ik hááát smurfen!”). Maar die vroeg weer hetzelfde bedrag, dat was vrij kostbaar. Dat hebben we nu geïnvesteerd in een cartoonist die bezoekers versmurft, een smurfenvisagist en mijzelf nog voor de animatie.’ Jacques heeft thuis duizend smurfen, een relatief bescheiden verzameling, want er zijn er ook die er negenduizend hebben staan. ‘Je eerste smurf, daar word je gewoon verliefd op. Dat heb ik niet met Donald Duck, ook niet met Mickey Mouse, wel met de smurfen.’ En hij is niet de enige, want de snikhete hal staat volgesmurft met liefhebbers uit de hele wereld. ‘Ruimtesmurf is het mooiste verhaal wat er is, ken je die? Hij bouwt een raket die maar niet van de grond komt en dan geven ze Ruimtesmurf een slaapdrankje, slepen de raket naar een vulkaan, maken hem weer wakker en dóén dan alsof hij in de ruimte is. Kortom: alles eraan doen om iemands droom te vervullen. Prachtig toch?’

Pierre Boot (56), Drachten – 2018

Pierre heeft 277 kilometer vanuit Zeeland gereden om zijn strikes and spares te gooien op het vijftiende Kaden Toernooi in Drachten. ‘Een beetje sportbowler gooit met twee ballen, ik dus ook. Een strikebal én een sparebal, op maat geboord. Dat weten veel mensen niet.’ De Tholenaar bowlt nu dik twintig jaar. ‘Ik gooide vroeger altijd rechte ballen, maar ik ben iets gaan verstaan. Nu gooi ik met meer effect richting een Brooklyn Strike.’ En die progressie heeft Pierre veel gebracht. Een clubkampioenschap in 2005 in Hoogerheide bijvoorbeeld. Hij is een bekend gezicht in de C-klasse, altijd in onberispelijk bowlinguniform, maar vandaag licht geblesseerd. ‘Ik heb last van mijn achillespees en pijn in de rug. Maar op de baan zet je alles van je af. Voor de stabiliteit doe ik een brace om en tape ik mijn vingers in.’ Gelukkig sluit Pierre de wedstrijd af met een onvervalste Turkey, drie strikes op rij. ‘Dat maakt de 277 kilometer terug beter te doen.’

Rianne Verduijn (16), Woerden – 2018

Rianne stond vandaag op om kwart over vier. Dat is traditie op de Woerdense Koeienmart en het leverde ook wat op: Anja 76 viel in de prijzen bij de categorie ‘mooiste uier’. Rianne vat die overwinning treffend samen: ‘Gewoon leuk.’ Verder gaat er nog heel wat aan vooraf: ‘Je moet eerst de koeien wassen, afdrogen, halsters om en de rubrieken lopen. En dan weer met de prijzen en koeien naar huis.’ Rianne woont thuis op de melkveehouderij in Kamerik met vier broers, drie zussen en honderd koeien. ‘Ik zou het liefst zelf ook boer worden, maar of dat mogelijk is? Dat zien we dan wel weer. Mijn broers nemen het bedrijf over en ik ga eerst verpleegkunde doen.’ Als ze moet kiezen tussen zorg voor mensen of zorg voor koeien, dan liever het laatste. ‘Als je een ziek kalfje beter kan laten worden en je ziet haar twee jaar later als koe zélf melk geven, dat is gewoon heel erg mooi.’’

Soulaiman Chiheb (17), Rotterdam – 2018

In Amsterdam zijn de viszaken Volendams, in Rotterdam meestal Marokkaans. Zo ook bij De Oceaan, een zaak waar ze allemaal broers van elkaar zijn, behalve Soulaiman, dat is een achterneef, die met zijn charmante lach zes mensen tegelijk helpt als half Pendrecht aan de toonbank staat te lekkerbekken. ‘Je moet alles door elkaar kunnen: frituren, fileren, bakken, afrekenen, inpakken, uitserveren en grappen maken. Mensen onderschatten het vaak, maar het is hier geen slome snackbar.’ Bijna alle klanten zitten trouwens boven een kop dampende supa, Marokkaanse vissoep, naar verluidt de beste van Rotterdam. ‘Ik was vroeger zoals ze dat zeggen ‘een probleemkind’, school ging niet en ik dacht: ik ga wel werken. Toen kreeg ik een kans in de vis. Want in het begin maak je fouten hoor! Als je een dure vis verkeerd snijdt, gooi je zo acht euro weg en dat drie keer per dag: dat is 24 hè. Maar nu kan ik technisch gezien overal aan de bak. Het enige wat in de vis telt, is ervaring.’

Hebony Bwambi (11), Alkmaar – 2023

Hebony is een waterwezen van het type dat in een zwembad op vakantie om de twee minuten ‘kijk!-kijk!-kiij-heeeeeijk!’ naar haar moeder roept als ze weer een nieuw danskunstje onder water heeft bedacht. ‘Toen zei mijn moeder: “Ik heb nu tweehonderd keer gekeken, weet je dat hier ook een sport voor is?” Dat heet synchroonzwemmen.’ En zo staat Hebony een jaar later, na haar eerste wedstrijd met eremetaal, aan de rand van zwembad Hoornse Vaart. Met De Meeuwen uit Diemen pakte zij het goud voor diploma ‘balletbeen’. ‘Ik heb diploma zeilboot al overgeslagen. Onze trainster zei vandaag: doe alsof het gewoon een training is, maar het ging nog beter dan op de training! Onder water hoor je niks, je moet gewoon tellen van één tot acht. Als je weet waar je bent, gaat het goed.’ De enige tegenslag was drie glittertjes in de ogen en een kriebelend touwtje aan de binnenkant van de pailletten op het pakje. ‘Maar dat ben ik nu al gewend. We kregen ook gelatine in ons haar zodat het goed blijft zitten. Normaal is het twee zakjes per meid, ik had er vijf. Het zit nu nóg heel strak. Zal ik de barracuda nog even voor je voordoen?’

Erik van Bommel (59), Amsterdam – 2018

Erik is Wikipedian. Dat is de naam voor vrijwilligers die anoniem – in Eriks geval nu iets minder anoniem – bijdragen leveren aan de online encyclopedie Wikipedia. Hij richt zich vooral op taal en spelling. ‘Mensen kunnen niet meer spellen en dat is heel erg. Vooral de Engelse ziekte kom ik overal tegen: de gewoonte om alle woorden los te schrijven. Langebaanschaatsen of lagereschooldiploma: dat is gewoon één woord. Maar iedereen schrijft het fout!’ Aan het schrijven van eigen artikelen komt Erik te weinig toe. ‘Omdat de rest niet goed is. Het is dweilen met de kraan open. Terwijl je aan het poetsen bent – ja, zo noem ik dat – komen er alweer nieuwe artikelen bij. En die zijn ook slecht! Het houdt nooit op, haha.’ En zo heeft hij sinds 2009 volgens de statistieken 360 duizend bijdragen geleverd. ‘Nee, ik reken expres niet uit hoeveel uur ik eraan kwijt ben. Ik ben niet verslaafd, ik ben gepassioneerd, dat is iets anders, hè. Want een schoongepoetst artikel waarin alle komma’s en punten op de juiste plek staan: dat is genieten, hoor.’

Han Klein Haneveld (67), Wijchen – 2016

Alles wat Han leuk vindt, valt onder het containerbegrip ‘knutselen’. ‘Ik ben zo’n type dat een nieuw gekocht apparaat meteen gaat openschroeven om te kijken hoe het er van binnen uitziet.’ De BMW/Moturist-zijspan (één van zijn dertig hobby’s) kent voor hem geen geheimen meer. Hij was beroepsvlieger, rechercheur, drukker én zendeling, maar het enige waarvoor hij nu nog de deuren langsgaat, is voor zijn bijbaan als postbode. Alles op de fiets, de post in een zijspan. Bij zijn motorclub Het Derde Wiel heet hij Han Zijspan. ‘Een motorrijder is een solist, een zijspanrijder is een solist in het kwadraat. Het is rijden met een handicap en dát is nu juist zo leuk. De vaart als ie van zijn plekkie komt is heerlijk. Het rubber moet branden.’ Binnen die solistenrijders is Han de grootste solist. ‘Als we met de vereniging zijn weggeweest, vragen ze soms op de terugweg om een eindje samen te rijden. Ik zeg altijd nee. Ik rij het allerliefste alleen.’

Marco van Houtum (55), Staphorst – 2023

Marco heeft op het circuit van evenemententerrein De Tippe net zijn 50 cc-minibike getest in de kwalificatie. Voorlopige conclusie: loopt als een zonnetje. ‘Voor mij is het met mijn 1 meter 90 wel opvouwen geblazen. Je hebt er ook bij die trainen door in kleermakerszit voor de tv te gaan zitten, maar dat gaat mij te ver.’ De meeste minibikerijders zijn dan ook kids die later doorgroeien naar de grotere klassen, maar Marco – ook bekend onder zijn bijnaam Smokey, vanwege de sjekkie-gerelateerde pitstops – is van de categorie ‘oude-garde-die-niks-groters-wíl’. ‘Ik leg ook cementdekvloeren en op de bouw grappen ze altijd over mijn ‘brommertjes’. Hohoho, brommertjes!? Het zijn volwaardige racemotoren! Wij denken ook niet alleen in snelheid, maar in snelheidsbeleving. Je zit zo dicht op het wegdek, als je dan negentig kilometer per uur haalt, dan voelt dat dus heel veel harder.’ En echt mis gaat het eigenlijk nooit. ‘Het ergste wat ik ooit heb opgelopen is een deuk in mijn ego want ik ben nog nooit kampioen geweest. De tweede plaats in 2008 was mijn top, eerste verliezer haha. Nu ben ik vaak tweede van de achterste. Nou ja, draaien we het blaadje gewoon om.’

Charissa Roovers (14), Waalwijk – 2017

Als Charissa wakker wordt, is het eerste wat ze ziet een muur vol gouden en zilveren medailles naast haar bed: de oogst van een tienjarige majorettencarrière. Vanaf haar vierde zit ze op majorette en twirlen. Het draaien met de baton – ‘de stok’ voor de leek – samen met het dansen op muziek, daar gaat het om op de Brabantse kampioenschappen in Waalwijk. Charissa deed een ‘3-spin’ tijdens haar optreden. Die ging wel goed. ‘Soms is het balen als dingen op de training wel lukken en in de wedstrijd niet. Maar spanning heb ik niet veel. Meestal ben ik normaal.’ De topjaren van de Bredase lagen tussen haar negende en haar elfde. Ze haalde zelfs het EK in Noorwegen waar ze een ‘ijscoshow’ liet zien met een door haar vader getimmerde ijscokar. ‘Ik had gedacht om volgend jaar te proberen de cup in Kroatië nog te halen en dan te stoppen. Maar ik heb er nog even over nagedacht. Ik ga door.’

Louis Windzak (74), Rotterdam – 2020

Louis is een zanger in de categorie niet-de-eerste-de-beste. Bovenop zijn kast staat een hele reeks onderscheidingen, maar de allermooiste is de beker van de Soundmixshow die hij bij de eerste editie – ja, nog vóór Gerard Joling – binnen heeft gesleept. Hij staat vooral bekend als De Surinaamse Otis Redding, of De Nederlandse Otis Redding, net hoe het uitkomt. ‘In 1969 won ik Soul Genius, een wedstrijd in Suriname. Mijn klankkleur is echt een blauwdruk van Otis Redding. In die tijd had je de Surinaamse James Brown, de Surinaamse Joe Tex’ en héél veel Surinaamse Otis Reddings. Ik ben komen bovendrijven.’ Windzak kan nu al terugkijken op een halve eeuw soulsucces in de showbusiness, die hij combineerde met een 22-jarig dienstverband als graffitiverwijderaar bij de Roteb. ‘Dat is echt blijvend werk, het krioelde ervan in Rotterdam! Maar ook een chemisch gebeuren, dat moet je niet te lang doen.’ Dus nu zijn het alleen nog optredens; vanavond weer een huisfeestje. ‘Dit is mijn optreedpak voor dit jaar, ik kom graag goed voor de dag. Ik koop elk jaar twee nieuwe pakken, een uitgaanspak én een optreedpak. Er hangen van de afgelopen jaren nog twee splinternieuwe exemplaren in de kast, door corona heb ik ze nooit gedragen, maar het was zo’n gewoonte. Elk jaar heeft een eigen kleur, dit jaar is het goud.’

Koos Gloudemans (55), Hoevelaken – 2020

Koos heeft last van hitteallergie. ‘Als het in de zomer dertig graden is, doe ik het liefst de gordijnen dicht en ga ik onder de koude douche staan.’ Die frisse insteek heeft hij doorgetrokken naar de herfst. En na een cursus winterzwemmen zit hij nu tweemaal daags in een oud Frans wijnvat van 450 liter in de achtertuin. ‘Als ik ‘s ochtends uit bed kom, ga ik direct vanuit de nestwarmte de ton in. Heerlijk. Een paar minuten maar hoor, je voelt je hele lichaam tintelen. Ik wil hem nu in de winter gebruiken als dompelton en in de zomer als regenton.’ Koos is zelfs bezig om een soloversie van de nieuwjaarsduik te organiseren. ‘Is toch fantastisch als iedereen de regenton in gaat dit jaar? Wel oppassen: je moet nooit in regenwater gaan zitten dat van het dak komt, dat neemt ook vogelpoep mee, van die bacteriën kun je goed ziek worden. Maar al met al is dit de goedkoopste wellness die er is. Er worden zoveel luxe sauna’s en hottubs verkocht, dat wil je niet weten. Ik ben maar een gewone man. Ik maak mijn miniparadijsje hier zelf.’

Maggie Leroux (38), Amsterdam – 2024

Maggie viert dit jaar haar burleskjubileum, want ze is inmiddels tien jaar een vaste waarde in de familie van het teasende theater. ‘Glitter runs through my veins, zeg ik altijd. Burlesk is voor mij trouwens onder de streep wel echt strippen hoor, maar dan dus veel theatraler. En belangrijk: bij burleske shows zijn de vrouwen in het publiek bijna altijd in de meerderheid en ze komen écht voor de show, dan krijg je al snel een familiegevoel.’ Inmiddels is Maggie de meest gevraagde stage kitten van Nederland met als hoogtepunt: het Amsterdam Burlesque Festival in het weekend van 17 februari. ‘Een stage kitten zorgt dat alles op het podium perfect verloopt zonder dat iemand er iets van merkt. Het uitgestripte kostuum weer stijlvol bij elkaar verzamelen, bij vuuracts met een branddeken klaarstaan, rekwisieten verzorgen; veel verantwoordelijkheid, maar ik ben van nature al een controlfreak.’ Een makkie dus voor Maggie. ‘Toen ik net begon heb ik me weleens verkleed in een snackbar, naast de frituur. Dat kon echt niet. Of spatte mijn te strak dichtgeknoopte bodystocking uit elkaar, op het podium. Het is altijd improviseren, maar gelukkig kan je in burlesk altijd terugvallen op humor, ‘burla’ betekent ook grapje. Let je er bij de foto ook even op dat er niks uit floept?’

Tanja van de Pieterman (50), Rijswijk – 2017

Lord, de vijfjarige devon-rex-prijskater, heeft net een teleurstellende keuring achter de rug op de FIFe World Cat Show 2017. Het oordeel was ‘slechts’ supreme, maar Lord is meer gewend. Tanja: ‘Hij heeft eigenlijk alle haalbare titels al op zak, hij is in zijn leven wel vijf keer Best in Show geweest. Maar dit is dé kattenshow van de wereld, de top van de top. Als je geen Best in Show-kat bent, mág je niet eens meedoen. Om van die concurrentie te verliezen, dat mag je eigenlijk geen verliezen noemen.’ Tanja komt oorspronkelijk uit Moskou en runt nu in IJmuiden met haar Nederlandse man een ‘cattery’ met zes katten, waarvan Lord het vlaggenschip is. ‘Het is een heel bijzonder ras. Kortkrullende vacht, poeslief en héél slim. Ze zijn eigenlijk eenderde kat, eenderde aap en een eenderde hond. Ja echt, als je een balletje weggooit kunnen ze die gewoon apporteren. Dat kan geen ander ras hoor.’

Marjolijn Kylstra (58), Stompwijk – 2017

Op de Stompwijkse Paardendagen heeft showpony Donar (14) zijn optreden net achter de rug. Noem hem trouwens vooral geen shetlander, dierentrainster Marjolijn corrigeert meteen: ‘Donar is een kruising van een falabella, een Argentijnse miniatuurpony en een shetlander. Véél edeler en smaller. Normaalgesproken dan, nu is hij gewoon te vet.’ Al haar hele leven werkt ze met dieren en geeft ze shows. Ook speelden haar leerlingen vele rolletjes in films en musicals. ‘Maar het trainen is veel meer genieten dan het optreden zelf’, zegt Marjolijn die de halve ark van Noach al heeft afgericht: wasberen, katten, ganzen, kippen, geiten, varkens. Ongeveer alles behalve een olifant. Nu doet ze vooral paardenshows. ‘Ik train altijd met liefde en geduld en probeer in het hoofd van het dier te komen. Als ik dan voel dat een paard gaat doen wat ik alleen maar dénk, dat telepathische, dat noem ik zelf het kentaurgevoel: half mens half paard.’

Marisol Martha (48), Rijswijk – 2017

Ze slaat weleens een jaartje over, maar een vriend heeft Marisol meegesleurd naar de Arubadagviering. In een oude fabriek op industrieterrein Plaspoelpolder, een locatie met nul tropische allure, is tóch een succesvolle indoorvariant van het Antilliaanse eiland gemaakt. Met te lekker eten, te harde muziek en Marisol in een te mooie panter-bloemencombinatie. ‘Aruba? Haha, ik kom van Curaçao! Die hebben een dag in juli, maar voor mij is het gewoon hetzelfde, weet je. Alles wat Antilliaans is, zit in mijn bloed: ik ben gék op mooie kleren, dansen gaat vanzelf en ik kan heeeeel goed koken, vooral jambo, mijn lievelingsgerecht met vis en varkensstaart. Lék-ker!’ Marisol heeft vier kinderen, twee nog thuis. ‘Over een uurtje ga ik naar Amersfoort, morgen weer vroeg op. Eerst mijn dochter naar school brengen en dan naar het schoonmaakbedrijf. Ik ben leidinggevende maar géén baas hoor. Als er eentje ziek is, val ik gewoon in.’

Darko Groenhagen (46), Eindhoven – 2017

Darko – ja, zijn echte naam – tatoeëert al 25 jaar. Zelf heeft hij zich, stukje voor stukje, een Japanse bodysuit laten aanmeten. ‘Het is een gemixte stijl, gemaakt door mijn lievelingskunstenaars, een westerse vertaling. Het is een beetje zoals ik weleens in Amerika pizza-sushi heb besteld. Japanners zouden gek worden, maar dat wil niet zeggen dat het niet lekker is.’ Bij Darko is de liefde voor Japan een paplepelkwestie. Zijn opa verzamelde Aziatische kunst en Japanse prenten. ‘Het échte werk, geen Xenosspul. Ik ben ook vaak in Japan geweest, echt niks doen ze daar half. Het oog voor kwaliteit, esthetiek en harmonie is waanzinnig.’ Die balans zit ook in zijn bodysuit. ‘Het is wel: hoe meer tattoos je hebt, hoe meer lege plekken je ziet. De niet getatoeëerde stukken zijn saai. Die streep aan de voorkant laat ik zo, dat is ook traditioneel: trek een kimono aan en je ziet niks meer.’ En nog een goede tip van Darko: ‘Bij je bodysuit niet eerst de voorkant doen, dan is het net of je in je blote reet staat te koken met een schort voor. Eerst de achterkant, dan lijkt het gewoon een cape.’

Maud Stolwijk (17), Reeuwijk – 2021

Toen Maud vorig jaar met haar vader naar de open dag van het ministerie van Defensie ging, kwamen ze langs het Malieveld op een dag van het boerenprotest. Overal trekkers. ‘Toen ik dat zag, zei ik: “Pap, we kunnen nog wel naar die open dag hoor, maar wat ik hier langs zie rijden: dát is wat ik wil!”’ Dus dirigeert ze een jaar later – rijbewijs op zak – de John Deere 6130R van haar baas Harrie soepeltjes over de binnenwegen van Reeuwijk en Boskoop. ‘Van mijzelf ben ik best onzeker, maar niet als ik op de trekker zit. Het is zo machtig, je hebt een kracht onder je, daar word je helemaal eng van. En je hebt een verantwoordelijkheid als je met dit spulletje rijdt hè. Als ik thuiskom na een dag werken ben ik helemaal verrot, ik denk van het opletten de hele tijd.’ En die matching groengele John Deere-overall? ‘Die heb ik van Harrie gehad. Ze hebben natuurlijk geen dameslijn, dit is het grootste kindermaatje. Past perfect.’

Sarja van Meteren (86), Kwintsheul – 2021

Sarja had net een nieuwe heup toen ze in april uitgleed in haar agavekas. ‘Ik keek naar mijn been en zag het meteen: die is kapot. Ben ik door de hele kas gekropen om bij de telefoon te komen, deed geen pijn hoor.’ Dus weer het ziekenhuis in, weer revalideren en weer veel vervelen, maar het resultaat is dat ze weer kaarsrecht in haar kaplaarzen staat. ‘Ik heb altijd geleerd mijzelf te redden. Toen ik leerde fietsen als kind gaf mijn vader mij een duw, hup fietsen! Maar ik kon nog niet remmen. Dus fietste ik zo hard als ik kon de heg in, zodat-ie er rechtop in bleef staan. Dat werkt ook.’ Die opvatting van zelfredzaamheid heeft ze erin gehouden. ‘Ik ga niet in een stoel zitten en wachten tot ik dood ben. Mijn schoondochter vroeg laatst: zullen we naar een scootmobiel gaan kijken? Geen haar op mijn hoofd!’ Op de foto staat ze tussen de pronkstukken van haar kas. Het is een kruising van twee soorten. ‘Hoe die heten weet ik niet, we kregen geen biologieles in de oorlog, maar het is als een stel waarvan de een blond haar heeft, de ander donker haar en die krijgen dan een kind met rood haar. Dat heb je weleens.’

Nikola Bešinović (35), Delft – 2021

Nikola wordt op straat regelmatig herkend. Maar niet als de talentvolle wetenschapper die al vele prijzen in de wacht sleepte sinds hij aan de TU Delft een PhD haalde met geavanceerde wiskundige modellen voor treindienstregelingen. ‘Ik word vaak bedankt voor het reggaeconcert door mensen die mij dénken te hebben gezien als die Jamaicaanse percussieman, maar ik speel niet eens een instrument! Toch houd ik wel van een beetje mindbending met vooroordelen, dus ik neem het compliment gewoon in ontvangst. Ik zie wetenschappelijk onderzoek ook als een vorm van kunst, alleen jongleer ik met hele andere materie.’ Daarin combineert Nikola zijn voorliefde voor treinen – die hem nooit heeft verlaten sinds hij in Zaječar (Servië) ongeveer naast het treinspoor opgroeide – met de optimistische reggae-instelling dat het leven niet over de bestemming maar over de reis gaat. En dat alles met de mooiste dreads van het oostelijk halfrond. ‘Voor mij is mijn haar als mijn arm of been. Het hoort bij mij en ik kan mij niet voorstellen om het er ooit af te halen. Het is ongekamd haar dat ik verzorg met de zon, de wind en de zee. De meest normale haardracht die je kunt bedenken, alleen zijn mensen vergeten dat natuurlijk haar er zo uitziet.’

Aimi Halliwell (11), Utrecht – 2018

Aimi is geboren in Tokio, woont in Eindhoven en heeft net haar skills laten zien bij de Nederlandse Breakdance League in theater Stefanus in Utrecht. Terwijl binnen de oudere garde het heeft over de gouwe ouwe breakdancetijd, toen er nog normale bouncers aan de deur van clubs stonden waar het wél normaal was om je windmill en je headspin te draaien, staat er toch weer een nieuwe generatie klaar. Aimi gaat nu een jaartje door het leven als b-girl. ‘Ik wou het gewoon! Al vanaf dat ik heel klein was, maar in het begin kreeg ik steeds hoofdpijn. Daar heb ik nu geen last meer van.’ De headstand is nu juist één van haar beste moves, naast de pilot freeze. ‘Het lijkt me leuk om later op grote events te staan, nou nee, dat eigenlijk niet eens. Gewoon respect verdienen van andere grote b-boys en b-girls, dat is het mooiste.’ Met haar staarten heeft Aimi al een mooi handelsmerk. ‘Je kan ook verder niks met die lange haren als je wil breakdancen, dit is ook gewoon makkelijk.’

Dieu-Merci Tandu (19), Nieuwegein – 2020

We hoeven, denk ik, geen uitgebreid empirisch onderzoek te doen om te concluderen dat Dieu-Merci de allermooiste naam van Nieuwegein heeft. ‘Dat zeggen mijn leraren ook altijd als ze de presentielijst afgaan. Mijn ouders hebben een Congolese achtergrond, daar komt het vandaan.’ En met die voornaam uit de buitencategorie zoeft hij elk weekend op de elektrische fiets door Nieuwegein om de pizza’s van Domino’s te bezorgen. ‘Volgende week ga ik mijn rijbewijs halen, dus ik hoop snel te kunnen doorgroeien naar scooterbezorger.’ De drukste dag van het jaar – nieuwjaarsdag – moest dus nog op de fiets. ‘Ik ben goed met kaarten en ik woon hier al mijn hele leven, ik hoef vaak niet eens op de navigatie te kijken.’ En er zitten meer voordelen aan deze bijbaan. ‘Hiervoor was ik vakkenvuller bij Jumbo, dan heb je geen fooi. Hier heb ik weleens achttien euro gekregen, van één klant! Als ik thuis ben bestel ik ook weleens Domino’s. De lekkerste? Pizza shoarma. Ik heb een goldcard, dan krijg je 25 procent korting. Dan is-ie helemaal lekker.’

Mart Heldens (67), Hegelsom – 2017

Eén keer per jaar klinkt in Zaal Debije het non-stop geratel van graaiende handen in pennenbakken: de soundtrack van de jaarlijkse pennenbeurs. Mart organiseert hem nu voor de 24ste keer, volgend jaar is het jubileum. ‘Thuis heb ik honderdduizend pennen, gerangschikt op soort en alfabet. Ik zit bij de landelijke pennenvereniging. Daar zijn ook een paar Duitsers en Denen lid van en één Japanner, maar die heeft nog nooit iemand gezien.’ Alles draait in de vereniging om balpennen, maar met het oog op het teruglopende ledental worden ook een paar vulpenverzamelaars gedoogd. In Huize Heldens – te herkennen aan de enorme pen naast de voordeur, pensioencadeautje van de baas – is Marts verzameling niet de enige trekpleister. ‘Mijn vrouw Toos spaart koffiemelkcupdekseltjes, een hobby die groot is in Zwitserland. Als we ergens koffie gaan drinken, kijken we altijd eerst wat voor koffiemelk ze hebben. Als we die al hebben, fietsen we gerust even door.’

Patrick van der Bijl (22), Harderwijk – 2022

Patrick heeft vorig jaar 659 races gereden in zijn slaapkamer. En met drie 27-inchmonitoren op 144 hertz, een bucketseat, een stuurwiel bekleed met alcantara en pedalen onder de tafel is dat zó felrealistisch dat hij ook racehandschoenen moet aandoen tegen de zweethanden. ‘Ik weet niet of het je iets zegt, maar deze motor heeft maximaal 25 newtonmeter aan torque. Of om het simpel te zeggen: het stuur kan je handen breken als je niet oplet.’ Omdat de belevingswereld van het lasergescande circuit en die van het echte circuit elkaar niet veel meer ontlopen, is hij Max Verstappen en Fernando Alonso ook weleens tegengekomen op het platform. ‘Natuurlijk zou ik het liefst een keer een weekendje echt racen op de Nürburgring, maar dat is zo duur. Dit is voor mij de manier om even honderd procent afgezonderd te zijn van alles om me heen. Waar het echt gaaf wordt, is bijvoorbeeld bij de 24 uur van Le Mans, die wordt virtueel ook gereden. Dan zit ik hier te racen tussen vier en zeven uur ’s nachts. Als ik daarna even buiten een rondje ga lopen, is het alsof je in een andere wereld stapt.’

Diana Stender (84), Rotterdam – 2016

Diana – type vooroorlogse bouwkwaliteit – woont in een ansichtkaart van Rotterdam. Op de dertiende verdieping van ouderencomplex Oostmolensteyn kijkt ze uit over de stad die ‘wij’ hebben opgebouwd. ‘’s Avonds is het helemaal mooi, met al die lichies. Mijn vaste stek is voor het raam, genieten.’ Haar huis staat bomvol snuisterijen, lampjes en een verzameling van wel honderd kattenbeeldjes: gezellig én je hebt wat af te stoffen. ‘Ik ben groos op mijn huissie. Ik heb een vriend, Henk, voor in het weekend. Die ben ik met kaarten tegengekomen. Daar was het klaverjassen, maar daar is met z’n tweeën niet veel an. Wij doen Amerikaans jokeren en drinken koffie in de stad. Mijn geld moet ook op, hè?’ Koken doet Diana meestal zelf, maar soms eet ze ‘beneden’. ‘Een sateetje bij De Dijk of een kapsalon bij de Turk, ja ik ben een echte Rotterdamse. Kom je niet te dichtbij met die camera? Anders sta ik met zo’n dikke bolus in de krant.’

Clara Kabagema (22), Amsterdam – 2023

Clara gaat volgende maand coschappen lopen. ‘Mijn vader heeft ooit één jaar geneeskunde gedaan in Rwanda voordat de oorlog uitbrak. Hij is er nooit meer aan toegekomen, maar ik blijk het zorgen voor mensen dus ook het allermooiste te vinden. Ik heb al vijf jaar in de ouderenzorg gewerkt. Dat is fantastisch. Vragen, lachen, dan weer doorvragen. Het komt echt uit mijn hart.’ Clara is er eentje uit de categorie net zo slim als vrolijk, denkt in drie talen (Nederlands, Frans en Kinyarwanda) en werkt nu in een dermatologiekliniek in Zuidoost, een medische richting waar ze zelf veel toekomst in ziet: ‘Bijna al het onderzoek naar ziektebeelden in de medische wetenschap is gedaan op een witte huid, maar de meeste patiënten die bij ons komen hebben een donkere huid. Daar is echt nog zóveel in te doen. Dan gaat het bijvoorbeeld over eczeem, maar als ik rode vlekken niet kan zien op een donkere huid, hoe kan ik het dan diagnosticeren? Van die dingen. Nu denk ik dus, daar ga ik mee door, ook om een rolmodel te zijn voor anderen, maar ik moet nog beginnen hè.’ We zullen het waarschijnlijk weten in 2032. ‘In de dermatologiekliniek vragen de patiënten weleens, bent ú de arts? Nou, nog niet. Over drie jaar ben ik basisarts en dan nog zes jaar specialiseren, maar: ik kom eraan, haha!’

Jolanda van der Kolk (46), Ermelo – 2017

Op pokergebied gaat Jolanda altijd op safe. Dat blijkt op het NK pokeren voor teams in Ermelo voorlopig de juiste tactiek. In de eerste ronde speelde ze iedereen van tafel. ‘Pokeren is niet moeilijk als je goede kaarten krijgt. Ik had een aas en drie vrouwen en mijn tegenstander ging all-in. Dat was snel bekeken. Mijn vrienden zeggen weleens dat ik vaker een blufje moet maken om kleine stacks weg te spelen, maar dat zit niet in me.’ Op de eeuwige vraag of poker een kans- of een behendigheidsspel is, hebben ze in Ermelo een passend antwoord: een goede speler moet weinig pech hebben en een slechte speler heeft veel geluk nodig. Jolanda’s team – Ed en de drie J-J-J’s – werd uiteindelijk achtste. ‘Er was helaas één J die er niks van bakte. En ik ging in de tweede ronde ook minder.’ Maar geen drama, voor Jolanda telt de gezelligheid meer dan de competitie. Online speelt ze nooit en al helemaal niet om geld. ‘Voor mij is het leukste aan poker dat je er even uit bent.’

Han Witzel (65), Nieuwegein – 2016

Op hobbygebied bestrijkt Han een breed spectrum. Op de Vivariumbeurs in Nieuwegein is hij vooral aanwezig als hoofdredacteur van Het Aquarium, het orgaan van de Nederlandse Bond Aqua Terra, maar hij prutst ook graag met elektronica, fotografeert én schrijft recensies over symfonische rock. Soms stopt het een en begint het ander. ‘Toen mijn buurman mijn aquarium kapotsloeg – hij was niet zo’n liefhebber – ben ik met leguanen begonnen. Drie maanden bezig geweest met een verblijf: eerst honderdvijftig flessen purschuim gekocht bij de Gamma, het droop door het hele huis. Toen een beekje gemaakt, boomstammen geregeld en al snel zaten die leguanen in polonaise op de tak. Leuk hoor.’ Inmiddels heeft de oud-bedrijfsarts ook die hobby de deur uitgedaan. ‘Als je bij leguanen een vinger voor hun neus houdt, denken ze dat het voer is, het zijn domme beesten, hoor, haha. En die terrariumtypes die er in die wereld bij horen, dat zijn ook aparte mensen. Vaak in het leer, tatoeages, en zo’n grote Ford Bronco. Nou ja, die laatste had ik in mijn leguanenperiode ook, maar ik bén niet zo.’

Willem Poelman (55), Marum – 2018

In Duitsland staat Sara bekend als de mooiste kameel van Europa. En iedereen die op de A7 ter hoogte van het Westerkwartier ooit naar rechts heeft gekeken, kan dat bevestigen. Want daar staat Sara heel nadrukkelijk de mooie kameel uit te hangen. Begin deze eeuw is Willem in Marum een ezelpark begonnen met wat kamelen erbij. ‘Toen ik mijn eerste kameel in de wei had gezet, ontstond er meteen een kettingbotsing. Dat was even wennen voor de mensen.’ Willem kijkt er niet van op, want hij houdt van bijzondere dieren: ‘Met geiten of schapen heb ik niks. Hier begon het met twee ezels en een kangoeroe. Dat werden op een gegeven moment 69 ezels, gevolgd door kamelen, papegaaien en een kaketoe.’ Buiten het dierenpark heeft Willem altijd nieuwe ideeën. ‘Ik ben autohandelaar geweest, heb een drive-inshow gehad, een band, horecazaken, een bierhandeltje in Winschoten… Meestal bouw ik iets op en verkoop ik het daarna. Dan is de spanning eraf. Behalve de dieren, die blijven altijd.’

Wil van de Molengraft (64), Santpoort-Noord – 2022

Wil had altijd een spookhuis, maar toen de kinderen uitvlogen is ze met haar man Noud afgeschaald richting de kamelenrace, het iconische behendigheidsspel met de bekende oorwurm: de Camel Derby Song. Die kunnen ze met zijn tweetjes runnen, maar dan nog komt er heel wat bij kijken. ‘Er komen weleens types die zeggen: “Leuk, kan ik die kar kopen?” Dan denk ik: die kár?! Alles bij elkaar kost dit een godsvermogen. Het is één bonk elektronica.’ Gelukkig heeft Wil naast haar gastvrije kermisuitstraling ook een naturelle niet-met-die-mevrouw-sollen-look, die op dit soort momenten en op de wat wildere avondjes goed van pas komt. ‘Dan willen ze met twee ballen rollen, bier in de bakken zetten, gaat het toch om, je kent het wel. Maar ik hoef maar even op te treden en ze staan met z’n drieën te poetsen hoor. Ja, je moet hier niet als een watje gaan staan. In Santpoort komen we al achttien jaar, een fijne plek. Elke streek is anders: we komen ook veel in Brabant, Roosendaal is altijd fantastisch, alleen in Friesland wil het niet met de kamelenrace. Heerenveen, drie keer gestaan, wat een ramp. Drachten wil ik ook nooit meer naartoe. Ze kennen het niet, ze willen het niet, heel gek.’ Maar morgen is het tijd voor een weekje rust. ‘Dan zit Wil lekker op een terrasje aan een wijntje. Of nee, gin-tonic! Effe time-out.’