Iemand zijn die je niet bent; het is bepaald geen filosofische kwestie voor deze acht onbekende Nederlanders die toch geregeld in de schijnwerpers staan. ‘‘O, jammer dat jij het bent.’ Dan zeg ik wel: ja hallo, ik ben óók een mens.’

Emma is psycholoog en de oudste violist van het Eindhovens studentenorkest, want ze is allang afgestudeerd. ‘Als kind vond ik mijn achternaam heel kut. In groep 6 verwisselden ze dan de b in mijn achternaam voor een h. Ik wist toen eigenlijk niet wat dat betekende, maar voelde wel dat het niet leuk was bedoeld. Maar sinds Emma Wortelboer bekend is, is er iets veranderd. Mijn naam is voor mij nu iets grappigs in plaats van iets waarvoor ik me schaam. In mijn werk als psycholoog is het een fijne ijsbreker bij intakes. Hoef je niet te beginnen met zo’n clichépraatje als ‘lekker weertje hè?’ of ‘heb je het makkelijk kunnen vinden?’. Dan is het meteen van: ‘o, ik dacht al, moet ik bij háár in gesprek?’ Iedereen vindt ook wel wat van haar, ze is geen grijze muis, dus het is altijd een leuke gespreksstarter. Ik lijk niet op haar, ik sta niet zo graag in de spotlights. Met het Songfestival kreeg ik ontzettend veel vriendschapsverzoeken én daarna een berichtje van Emma Wortelboer: ‘Wat stom dat je zoveel berichtjes krijgt! Vervelend voor je, maar ook wel grappig’. Daar moest ik wel om lachen.’
Henny heeft zich haar hele leven moeten verhouden tot de ups en downs van haar naamgenoot. ‘Ik was 14 toen Henny Huisman heel bekend aan het worden was, dat was echt niet grappig. Als puber ben je onzeker en dan is er een man met jóúw naam… vreselijk. Al die opmerkingen van ‘op tv zie je er heel anders uit’ en ‘hoe is het met je paard?’. Later raakte ik er wel aan gewend. Toen ik begin 20 was en bij de McDonald’s werkte, hadden ze bij een personeelsfeest ook een playbackshow. Nou, die heb ik natuurlijk wel gepresenteerd! En ik heb ooit een keer voor de Postcodeloterij gewerkt, moest ik mensen opbellen om een lot aan te smeren, maar dan mocht ik juist níét mijn eigen naam gebruiken.’ En er is een tijd geweest dat Henny er een slaatje uit kon slaan. ‘Bij sollicitaties legde ik er juist de nadruk op zodat ze mij niet meer zouden vergeten. Dat werkte echt, maar nu niet meer, vraag maar aan iemand van 25 of die Henny Huisman kent. Wie?


Eigenlijk heeft Max weinig zin in een stukje waar het ook over zijn racende naamgenoot gaat, want er is al genoeg te vertellen over zijn eigen biotoop: het maken van legendarische handpoppen, zoals Raaf van het kinderprogramma Huisje Boompje Beestje en de wervelende voorstellingen die hij zelf speelt als bekende poppenspeler. ‘Het enige wat de Max Verstappens gemeen hebben is dat wij iets zo goed mogelijk proberen te doen waar we als kind zijn ingerold. Maar als ik autorijd sta ik vooral in de file op weg naar een voorstelling.
‘Optreden als poppenspeler is best schizofreen. Dan heb ik een pop met een kikker op mijn hand en dan denk ik echt dat ik met hem praat. Maar ik ben het natuurlijk zelf.’
Het brede spectrum van Max’ bestaan, met aan de ene kant de optredens en aan de andere kant zijn solitaire werk in het atelier, vullen elkaar goed aan. ‘Het blijft een enorm spannend vak, soms werk je maanden aan een pop met al diens verschillende onderdelen en op het laatst zie je pas of het allemaal goed bij elkaar komt. Of niet, dan kan je overnieuw beginnen. Ik zeg weleens: ‘Ik ben helemaal niet zo goed, ik heb alleen alles al een keer fout gedaan.’ Maar gezien de wachtlijst die Max hanteert voor nieuwe opdrachten kunnen we gerust stellen dat Max gewoon heel erg goed is. ‘Ik heb ook al lang de domeinnaam maxverstappen.nl. Die is populair hoor, maar de bezoekers komen denk ik niet voor mij. Als ik ooit met pensioen ga, dan kan ik hem misschien nog wel verkopen.’
Toen Joost laatst bij een biefstukrestaurant in Breukelen had gereserveerd onder zijn eigen naam was de teleurstelling van het personeel wel groot: ‘We hadden zo gehoopt dat het Joost Klein zou zijn.’ Daar word ik nu wel continu mee geconfronteerd: o, jammer dat jij het bent. Dan zeg ik wel: ja hallo, ik ben ook een mens.’ Maar gelukkig is omgaan met de wereld van het ego iets waar Joost goed in is, hij heeft een baan als hr-manager op het strategische niveau. Met de Joost Klein-opmerkingen is het nu wel hoogseizoen. ‘Hé kale, ik wist helemaal niet dat je kon zingen, dat soort dingen. Ik kende Joost Klein al een paar jaar. Toen ik op YouTube zijn eerste werk zag, dacht ik wel: die kan er helemaal niks van, maar nu vind ik hem een heel leuke gast. Gewoon doen waar-ie zin in heeft, met zijn snorretje. Geweldig. Ga je trouwens alleen Joost Kleins fotograferen?’


Akwasi fietst elke dag van Amsterdam naar Uithoorn om als verhuizer te werken en dan gaat hij daarna ook nog vaak crossfitten. ‘Mijn naam betekent ‘zondagskind’ in Ghana maar ik ben ook écht op zondag geboren, dus bij mij klopt het.’ Het waren wel een paar zondagen te vroeg, maar aan zijn premature geboorte hield hij fysiek niets over, behalve dat hij erg slecht hoort. ‘Dat is soms lastig, maar nooit een beperking. Soms zelf een skill, want als er bij mij iemand 10 meter verderop staat te praten, dan kan niemand dat horen, maar ik kan zien wat hij zegt, want ik kan liplezen. Dan denk ik, wie heeft er dan een handicap?’ Vroeger moest ik mijn naam vaak op een briefje schrijven omdat niemand het begreep. Dat is wel anders sinds Akwasi bekend is. Nou ja, vooral in de steden. In de dorpen moet ik het toch nog vaak opschrijven. Of ik blij ben met mijn naam? Ja tuurlijk, anders had ik jou vandaag niet laten komen hoor.’
De postbode heeft weleens aan de vrouw van Marcel gevraagd of hier dé Marcel van Roosmalen woont. Nou, wel de Marcel die na jarenlang managen bij een multinational in Singapore weer eens terugkwam in Nederland en luisterde naar een stemmetje dat zei: wat ben ik nu eigenlijk aan het doen? Nu woont hij in het antwoord op die vraag: een prachtig landelijk gelegen huis met een tuin als een natuurreservaat. ‘Ik heb mijn stropdas meteen weggegooid. De uilen zitten hier bijna in je slaapkamer, de dassen lopen door de tuin. Ik leef dichter bij het leven.’
En dat leven speelt zich voor Marcel ook af boven zijn hoofd. ‘Ik slijp zelf telescoopspiegels en ben veel bezig met het fotograferen van hemellichamen. Echt waanzinnig om te zien, die sterrenstelsels kun je dan bijna pakken. Ik heb ook een keer een artikel geschreven over telescopen en pixels in Zenit, het astronomieblad voor weer- en sterrenkunde. Toen was er heel even verwarring omdat mijn naam erboven stond. Zo van: ‘Schrijft hij ook over astrofotografie?’ We waren ook een keer bij een diploma-uitreiking in een theater in Helmond en dan komt op een scherm mijn naam ineens voorbij rollen. Dat voelt wel raar. Ik weet eigenlijk weinig van zijn werk. Maar als ik nog een keer een lezing ga houden over astronomie, dan zet ik wel in koeienletters op de aankondiging: ‘Marcel van Roosmalen presenteert’. Dan zit de zaal stampvol!’


Femke is bewegingsagoog en zorgt er vandaag voor dat de bewoners van verpleeghuis De Burcht een portie lichaamsbeweging krijgen omdat het onmogelijk is bij haar te blijven stilzitten. Pianospelen met de vingers, zwaaien met de armen, stampen met de voeten: talent voor beweging is blijkbaar iets van de Femke Bollen. ‘Haar werk is sport, maar mijn werk is ook sport, alleen zweet ik wel iets minder dan zij, denk ik. Ik volg atletiek niet op de voet, maar ik weet het altijd als Femke Bol iets heeft gewonnen, want dan krijg ik allemaal vriendschapsverzoeken op Facebook en berichtjes in Messenger.’ Voor de vindbaarheid op internet is het alleen wel een lastige. ‘Iedereen googlet zichzelf weleens toch? Nou, dat kan ik dus niet meer, ik ben niet meer te vinden, mijn foto’s lijken allemaal weg, die staan nu vijftig pagina’s verderop. Maar ik vind haar een toppertje hoor, zij is volgens mij zó zichzelf, het klinkt raar, maar daar ben ik dan toch een beetje trots op. We hebben hier bij De Burcht ook nog een psycholoog die Femke Kok heet, naamgenoot van de bekende schaatser. Dus je kunt hier twee vliegen in één klap slaan.’
Frans zat 48 jaar in de luchtvaart met op zijn palmares: luchtverkeersleiding bij de luchtmacht, flight operation manager bij Fokker en de luchtverkeersleiding op Schiphol. ‘Ik zeg altijd: je wordt niet geboren als verkeersleider, je bent het. Je moet het platte radarkaartje in 3D voor je kunnen zien, dat is echt een eigenschap.’
Zo halverwege zijn carrière kwam zijn naamgenoot langsvliegen. ‘Ik kom uit Arnhem, hij uit Tiel dus het zit wel in die hoek. Als je onbekende mensen belt, dan hoor je dat ze even denken – het zal toch niet? Ze zeggen het dan niet, maar je hoort de twijfel. Maar voor de rest is er goed mee te leven. ‘Je komt toch niet zingen?’, dat komt nog weleens langs. Wat ik van zijn werk vind? Zijn eigen nummers vond ik eerst vreselijk, maar nu hoor ik weleens wat voorbijkomen waarvan ik denk: dat gaat nog wel. Maar ik ga er niet voor zitten om eens naar Frans Duijts te gaan luisteren. Ik hou van Deep Purple en de Rolling Stones.’
Bovendien heeft Frans het druk met zijn vijver vol koikarpers en een mooi project om met mede-‘oude knakkers’ een oude Catalina-vliegboot te restaureren. ‘Bekendheid is ook relatief hoor. In mijn luchtvaartwereld zeiden ze vroeger: als je Frans Duijts niet kent, dan stel je hier niks voor.’

Katja Schuurman, Matthijs van Nieuwkerk, Bridget Maasland, Thierry Baudet, Britt Dekker, Adriaan van Dis, Rico Verhoeven, Marco van Basten, Linda de Mol, Wendy van Dijk, André van Duin, Martien Meiland, Mart Smeets, Femke Halsema, Peter Pannekoek, Ischa Meijer, Sylvana Simons, Freek Vonk en Philip Freriks wilden niet meewerken aan deze serie.